Sinds 1 juli 2026 is de Wet versterking regie volkshuisvesting van kracht. De nieuwe landelijke regels voor het vergunningvrij plaatsen van mantelzorg- en familiewoningen worden echter uitgewerkt in het Besluit versterking regie volkshuisvesting. De beoogde ingangsdatum daarvan is 1 januari 2027.
In dit dossier leggen we het stap voor stap uit, in duidelijke taal. De wet is inmiddels van kracht, maar wordt op onderdelen gefaseerd ingevoerd. Daardoor worden sommige uitvoeringsregels de komende periode nog verder uitgewerkt. Bent u benieuwd naar ons aanbod? Domuscura verkoopt en verhuurt mantelzorg- en familiewoningen.
Wat wordt bedoeld met een familiewoning?
Een familiewoning is geen aparte technische categorie woning. Het gaat om een zelfstandige woonruimte op het erf van een bestaande woning, bedoeld voor familieleden. De woning moet, net als andere woningen, voldoen aan de geldende bouwtechnische eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Het belangrijkste verschil met een mantelzorgwoning zit in het gebruik. Bij een mantelzorgwoning moet sprake zijn van een mantelzorgrelatie. Voor een familiewoning is geen mantelzorgbehoefte nodig. Volgens de beoogde nieuwe landelijke regeling kan een familiewoning voor eerstegraads familie, zoals ouders of kinderen, onder bepaalde voorwaarden vergunningvrij op het achtererf worden geplaatst.
Hierdoor wordt wonen op het erf toegankelijk voor meer families. Denk bijvoorbeeld aan ouders die alvast dichter bij hun kinderen en toekomstbestendig willen wonen, of volwassen kinderen die door de krappe woningmarkt moeilijk een betaalbare woning kunnen vinden.
Is een familiewoning hetzelfde als een extra woning?
Nee, en dit is een belangrijk onderscheid. Een familiewoning wordt gezien als een bijbehorend bouwwerk. Dat betekent dat de woning hoort bij de hoofdwoning op het perceel en juridisch niet los daarvan staat. Het is dus geen tweede huis en ook geen woningsplitsing.
In gewone mensentaal: het mag voelen als een zelfstandige woning, maar het moet onderdeel blijven van het erf en het familiegebruik.
Wat veranderd er per 1 januari 2027?
Als het besluit volgens de huidige plannen ingaat, betekent dit onder andere:
- Mantelzorgwoning: er hoeft niet langer vooraf een mantelzorgverklaring te worden overgelegd. Bij gerede twijfel kan de gemeente wel vragen om de mantelzorgrelatie aannemelijk te maken. Bij een mantelzorgsituatie hoeft u geen eerstegraads familie te zijn en mag een broer, zus of vriend verblijf nemen in de woning.
- Familiewoning: een woning voor eerstegraads familie, zoals ouders of kinderen, kan onder voorwaarden vergunningvrij op het achtererf worden geplaatst. Hiervoor is geen mantelzorgbehoefte nodig.
- Landelijke basisregels: gemeenten kunnen deze vergunningvrije mogelijkheid niet zomaar met strengere lokale regels beperken. Ze kunnen via het omgevingsplan wél ruimere mogelijkheden bieden, bijvoorbeeld voor andere familieleden of situaties.
- Oppervlakte: hoeveel gebouwd mag worden hangt af van de grootte van het bebouwingsgebied en bestaande bijgebouwen. Er geldt een staffel, met uiteindelijk maximaal 150 m² aan bijbehorende bouwwerken. Bestaande schuren, garages en andere bijgebouwen tellen hierin mee.
- Hoogte: maximaal 5 meter. Boven 3 meter gelden aanvullende voorwaarden voor het dak.
- Meerdere woningen: meerdere mantelzorg- of familiewoningen op één erf worden mogelijk, zolang het totaal binnen de toegestane oppervlakte en overige voorwaarden blijft.
- Bbl blijft gelden: vergunningvrij betekent niet regelvrij. De woning moet nog steeds voldoen aan de toepasselijke bouwtechnische eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Kortom: de nieuwe regeling moet het eenvoudiger en landelijk uniformer maken om familie dichtbij te laten wonen, zonder dat iedere gemeente daarvoor een eigen vergunningenbeleid kan hanteren.
Hoe groot mag een familiewoning zijn?
Onder de nieuwe landelijke regeling geldt een maximale oppervlakte van 150 m². Dit is afhankelijk van het aantal bouwerken op het perceel. Er geldt een staffel hoeveel bebouwd mag worden. Afhankelijk van de situatie kunnen ook andere bouwregels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) van toepassing zijn.
Wie mag er wonen?
Er mogen eerstegraads familieleden wonen. Denk aan:
- uw partner
- uw ouders (ook adoptie- en stiefouders
- uw kinderen (ook adoptie- en stiefkinderen
- schoonouders, schoonzoon, schoondochters
Gemeenten kunnen de landelijke vergunningvrije regeling niet met strengere lokale voorwaarden beperken wanneer aan alle landelijke voorwaarden wordt voldaan. Ze kunnen lokaal wél ruimere mogelijkheden bieden voor situaties die buiten de landelijke regeling vallen.
Hoe zit het met nuts en bijvoorbeeld een eigen huisnummer?
In de praktijk wordt het merendeel aangesloten vanuit de hoofdwoning. Daardoor wordt er geen apart vastrecht (het vaste bedrag dat u maandelijks betaalt voor de levering van gas/stroom) aan uw energieleverancier gerekend. De woning blijft juridisch een roerend goed en gaat vaak niet mee in de WOZ.
Een apart huisnummer kan soms wel, maar dat verschilt per gemeente. Wat je vaak ziet is dat er een extra huisnummer in de vorm van een Z-nummer (een speciaal huisnummer voor mantelzorgwoningen) wordt gegeven. Dit gaat niet automatisch: je moet het zelf aanvragen bij de gemeente.
Wat zijn de meest voorkomende valkuilen?
Veel afwijzingen of vertragingen komen niet door “de woning”, maar door de plek of het perceel.
Dit zien we het meest:
- plaatsing in het voorerfgebied (aanzicht vanaf de straat)
- te groot bouwen (vaak > 150 m²)
- perceel met een agrarische bestemming
- percelen met andere bestemming dan woonvlak/bebouwingsgebied (bijv. bos, tuinbestemming buiten het woonvlak)
- monument of beschermd gebied (vaak mogelijk, maar duurt langer door extra toetsing)
Wat als de bewoner vertrekt: mag u de familiewoning daarna verhuren?
De woning kan meestal wel blijven staan wanneer een ander toegestaan familielid er binnen afzienbare tijd gaat wonen. Verhuren is niet toegestaan.




