Update! Sinds 1 juli 2026 is de Wet versterking regie volkshuisvesting van kracht. De nieuwe landelijke regels voor het vergunningvrij plaatsen van mantelzorg- en familiewoningen worden echter uitgewerkt in het Besluit versterking regie volkshuisvesting. De beoogde ingangsdatum daarvan is 1 januari 2027.
Wat veranderd er per 1 januari 2027?
Als het besluit volgens de huidige plannen ingaat, betekent dit onder andere:
- Mantelzorgwoning: er hoeft niet langer vooraf een mantelzorgverklaring te worden overgelegd. Bij gerede twijfel kan de gemeente wel vragen om de mantelzorgrelatie aannemelijk te maken. Bij een mantelzorgsituatie hoeft u geen eerstegraads familie te zijn en mag een broer, zus of vriend verblijf nemen in de woning.
- Familiewoning: een woning voor eerstegraads familie, zoals ouders of kinderen, kan onder voorwaarden vergunningvrij op het achtererf worden geplaatst. Hiervoor is geen mantelzorgbehoefte nodig.
- Landelijke basisregels: gemeenten kunnen deze vergunningvrije mogelijkheid niet zomaar met strengere lokale regels beperken. Ze kunnen via het omgevingsplan wél ruimere mogelijkheden bieden, bijvoorbeeld voor andere familieleden of situaties.
- Oppervlakte: hoeveel gebouwd mag worden hangt af van de grootte van het bebouwingsgebied en bestaande bijgebouwen. Er geldt een staffel, met uiteindelijk maximaal 150 m² aan bijbehorende bouwwerken. Bestaande schuren, garages en andere bijgebouwen tellen hierin mee.
- Hoogte: maximaal 5 meter. Boven 3 meter gelden aanvullende voorwaarden voor het dak.
- Meerdere woningen: meerdere mantelzorg- of familiewoningen op één erf worden mogelijk, zolang het totaal binnen de toegestane oppervlakte en overige voorwaarden blijft.
- Bbl blijft gelden: vergunningvrij betekent niet regelvrij. De woning moet nog steeds voldoen aan de toepasselijke bouwtechnische eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Kortom: de nieuwe regeling moet het eenvoudiger en landelijk uniformer maken om familie dichtbij te laten wonen, zonder dat iedere gemeente daarvoor een eigen vergunningenbeleid kan hanteren.
Wat wordt bedoeld met een familiewoning?
Een familiewoning is geen aparte technische categorie woning. Het gaat om een zelfstandige woonruimte op het erf van een bestaande woning, bedoeld voor familieleden. De woning moet, net als andere woningen, voldoen aan de geldende bouwtechnische eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Het belangrijkste verschil met een mantelzorgwoning zit in het gebruik. Bij een mantelzorgwoning moet sprake zijn van een mantelzorgrelatie. Voor een familiewoning is geen mantelzorgbehoefte nodig. Volgens de beoogde nieuwe landelijke regeling kan een familiewoning voor eerstegraads familie, zoals ouders of kinderen, onder bepaalde voorwaarden vergunningvrij op het achtererf worden geplaatst.
Hierdoor wordt wonen op het erf toegankelijk voor meer families. Denk bijvoorbeeld aan ouders die alvast dichter bij hun kinderen en toekomstbestendig willen wonen, of volwassen kinderen die door de krappe woningmarkt moeilijk een betaalbare woning kunnen vinden.
Wanneer is een familiewoning vergunningsvrij?
Een familiewoning kan onder de nieuwe landelijke regeling vergunningvrij worden geplaatst wanneer aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan.
Daarbij gelden onder andere de volgende regels:
- de woning wordt geplaatst op het achtererfgebied van het perceel;
- hoeveel er gebouwd mag worden, hangt af van de grootte van het bebouwingsgebied en de bestaande bijbehorende bouwwerken. Hiervoor geldt een staffel, waarbij de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken kan oplopen tot maximaal 150 m²;
- ten minste één bewoner van de familiewoning heeft een eerstegraads familierelatie met ten minste één bewoner van de hoofdwoning. Hieronder vallen volgens de regeling onder andere ouders, kinderen, stief- en adoptieouders en -kinderen en schoonouders.
Voldoet een situatie niet aan de voorwaarden voor de landelijke vergunningvrije regeling? Dan betekent dit niet automatisch dat een familiewoning onmogelijk is. Een gemeente kan via het omgevingsplan ruimere mogelijkheden bieden of in bepaalde situaties een omgevingsvergunning verlenen.
Is een familiewoning hetzelfde als een extra woning?
Nee, en dit is een belangrijk onderscheid. Een familiewoning wordt gezien als een bijbehorend bouwwerk. Dat betekent dat de woning hoort bij de hoofdwoning op het perceel en juridisch niet los daarvan staat. Het is dus geen tweede woning en ook geen woningsplitsing.
In gewone mensentaal: het mag voelen als een zelfstandige woning, maar het moet onderdeel blijven van het erf en het familiegebruik.
Hoe groot mag een familiewoning zijn?
Onder de nieuwe landelijke regeling geldt een maximale oppervlakte van 150 m². Dit is afhankelijk van het aantal bouwerken op het perceel. Er geldt een staffel hoeveel bebouwd mag worden. Afhankelijk van de situatie kunnen ook andere bouwregels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) van toepassing zijn.
Wie mag er wonen?
Een vergunningsvrije familiewoning mag uitsluitend worden bewoond door eerstegraads familieleden. Hieronder vallen onder andere:
- ouders (ook adoptie- en stiefouders);
- kinderen (ook adoptie- en stiefkinderen);
- schoonouders.
Bewoning door andere familieleden of verhuur aan derden valt niet onder deze regeling.
Mag iemand er zelfstandig wonen?
Ja. Een (jong)volwassene mag er zelfstandig wonen. Een eigen voordeur, keuken en badkamer maken de familiewoning niet automatisch vergunningplichtig, zolang het gebruik binnen de toegestane familiekring blijft en de woning als bijbehorend bouwwerk wordt gezien.
Hoe zit het met nuts en bijvoorbeeld een eigen huisnummer?
In de praktijk wordt het merendeel van de familiewoningen aangesloten vanuit de hoofdwoning. Daardoor is meestal geen apart vastrecht voor gas of elektriciteit nodig.
Een apart huisnummer is soms mogelijk, maar dat verschilt per gemeente. In de praktijk wordt regelmatig een extra huisnummer, bijvoorbeeld een Z-nummer, toegekend. Dit gebeurt niet automatisch en moet bij de gemeente worden aangevraagd.
Wat zijn de meest voorkomende valkuilen?
Veel afwijzingen of vertragingen komen niet door “de woning”, maar door de plek of het perceel.
Dit zien we het meest:
- plaatsing in het voorerfgebied (aanzicht vanaf de straat)
- te groot bouwen (vaak > 150 m²)
- perceel met een agrarische bestemming
- percelen met andere bestemming dan woonvlak/bebouwingsgebied (bijv. bos, tuinbestemming buiten het woonvlak)
- monument of beschermd gebied (vaak mogelijk, maar duurt langer door extra toetsing)
Wat als de bewoner vertrekt: mag je de familiewoning daarna verhuren?
De woning kan meestal wel blijven staan wanneer een ander toegestaan familielid er binnen afzienbare tijd gaat wonen. Verhuren is niet toegestaan.
Staan gemeenten nu buitenspel?
Nee. De nieuwe landelijke regels beperken wel de ruimte van gemeenten om zelf strengere voorwaarden te stellen aan situaties die onder de vergunningvrije regeling vallen. Voldoet een familiewoning aan alle landelijke voorwaarden, dan kan een gemeente deze mogelijkheid niet zomaar met eigen regels tegenhouden.
Gemeenten blijven echter een belangrijke rol houden. Ze kunnen controleren of aan de voorwaarden wordt voldaan en blijven verantwoordelijk voor toezicht en handhaving. Daarnaast kunnen gemeenten lokaal juist ruimere mogelijkheden bieden voor situaties die buiten de landelijke regeling vallen.
Let op: het Besluit versterking regie volkshuisvesting is nog niet definitief in werking getreden. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2027.
Waarom groeit de vraag naar familiewoningen?
In Nederland groeit de vraag naar kleine en flexibele woonoplossingen zoals familiewoningen. Uit berichtgeving van De Gelderlander blijkt dat er een enorme vraag is naar woningen op eigen erf. In verschillende gemeenten komen maandelijks meerdere aanvragen binnen.
Dat sluit aan bij bredere landelijke trends: vergrijzing, een aanhoudend woningtekort en de wens om langer zelfstandig te blijven wonen. Huiseigenaren staan bovendien steeds positiever tegenover het idee om een extra woning op hun perceel te realiseren.
Woningtekort als drijvende kracht
Ook cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek onderstrepen deze ontwikkeling. Uit recente cijfers blijkt dat het woningtekort in Nederland groot blijft, terwijl het aantal huishoudens groeit en mensen steeds langer zelfstandig willen wonen. Jongeren vormen daarbij de grootste groep woningzoekenden. Naar schatting willen tussen de 750.000 en 900.000 jongeren zelfstandig wonen, maar lukt dat op dit moment niet.

Bron: CBS
Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat alternatieve woonvormen, zoals familiewoningen, steeds relevanter worden.
Hoe weet je zeker of het mag, zonder meteen een compleet vergunningtraject?
Wie zekerheid wil, doet er verstandig aan om de situatie officieel te laten beoordelen. Domuscura doet dat vrijblijvend. Eerst wordt bekeken of een familiewoning vergunningsvrij geplaatst kan worden. Is dat het geval, dan wordt een complete melding met de benodigde stukken bij de gemeente ingediend.
Blijkt toch een vergunning nodig te zijn, dan word u vooraf geïnformeerd over de kosten en doorverwezen naar een vaste partner die gespecialiseerd is in vergunningsaanvragen.
Vraag een gratis vergunningscheck aan
Wat betekent dit in de praktijk?
Het Besluit versterking regie volkshuisvesting maakt het naar verwachting eenvoudiger om dichter bij familie te wonen. Onder de nieuwe landelijke regels kunnen mantelzorg- en familiewoningen in veel situaties vergunningvrij worden geplaatst. Voor een familiewoning is geen verklaring nodig en voor een mantelzorgwoning vervalt de verplichte mantelzorgverklaring. Hierdoor wordt deze woonvorm voor meer huishoudens toegankelijk.
Een familiewoning van Domuscura
Wij zien familiewoningen als een praktische versneller voor dichtbij-wonen: geschikt voor generatiewonen, toekomstbestendig wonen en tijdelijke oplossingen in een krappe woningmarkt.
Daarom werken we aan een nieuw generatiewoningmodel: een breed inzetbaar ontwerp tegen een vaste lage prijs, dat nu de wet in werking is getreden zowel te koop als te huur wordt aangeboden.




